- Ludwig van Beethoven: Sonate in do groot, Op. 2 Nr. 3
- Ludwig van Beethoven: Sonate in la mol groot, Op. 110
- Franz Liszt: Sonate in si klein, S. 178
De 32 pianosonates van Beethoven worden wel eens het ‘Nieuwe Testament’ genoemd. Deze tijdloze pianowerken zijn een hoeksteen uit het pianorepertoire, en overspannen quasi de volledige compositorische carrière van de Weense meester. Samen vormen ze een ode aan de vernieuwing, de overgang tussen de klassieke en romantische periode. Dit programma brengt zijn 3e sonate, een jeugdwerk opgedragen aan zijn leermeester Joseph Haydn, en zijn voorlaatste pianosonate, een introspectief meesterwerk. Deze twee sonates vatten perfect twee contrasterende kanten van Beethoven samen. Langs de ene kant zien we Beethoven als indrukwekkende, humoristische klaviervirtuoos. De andere kant toont Beethoven aan het einde van zijn leven, doof, somber, maar met een gigantische innerlijke kracht om meesterwerken te blijven componeren.
In tegenstelling tot Beethoven schreef Liszt slechts één pianosonate, maar liet hierbij meteen een monumentaal werk uit de pianoliteratuur achter. De sonate bestaat, anders dan sonates van zijn tijdgenoten of voorgangers, slechts uit één deel. Maar dit halfuur lijkt voor de uitvoerder en het publiek vaak slechts een ogenblik, zo meeslepend is de muziek van de Hongaarse meester. Het gebrek aan noten in de openingsmaten brengt een gevoel van ongerustheid mee, maar Liszt zou Liszt niet zijn, mocht hij dit gebrek ruimschoots inhalen in de rest van dit werk. Toch blinkt deze sonate vooral uit door zijn hartverscheurende tederheid in zijn introvertere passages, waar de overweldigende virtuoos even helemaal opgeborgen is en de verlegen romanticus naar boven komt.

